Onrust bij dementie: wat helpt écht

09 september 2026

Je werkt de late dienst. Meneer De Vries loopt voor de derde keer die avond onrustig door de gang. Hij zoekt iets. Maar hij kan niet vertellen wat. Grijp je dan snel naar rustgevende medicijnen? Dat lijkt de snelste oplossing. Maar dat is het vaak niet. HappyNurse zet daarom op een rij wat wél helpt bij onrust door dementie.

Onrust is een signaal

Onrust komt vaak voor bij mensen met dementie. Denk aan onrust in de nacht, of onrust overdag. Onrust is meestal geen doel op zich. Het is een teken van iets anders. Bijvoorbeeld:

●    Pijn

●    Verveling

●    Angst

●    Een volle blaas

●    Te veel prikkels (drukte, geluid, licht)

Zoek daarom eerst uit wát er speelt. Pas daarna kies je wat je doet. Doe dit samen met je team: verzorgende, verpleegkundige en arts kijken samen naar het gedrag. Wanneer gebeurt het? Wat gaat eraan vooraf? Wat helpt (even)?

Eerst gewone hulp, dan pas medicijnen

De richtlijn van Verenso is duidelijk. Bij onrust door dementie kies je eerst voor gewone hulp. Pas als dat niet genoeg is, denk je aan medicijnen. Wat kun je zelf doen?

●    Houd een vaste dag-indeling aan. Vaste tijden voor eten, slapen en zorg geven rust.

●    Bied rustige activiteiten aan. Denk aan een handmassage, zachte muziek, of een knuffel met gewicht.

●    Pas de omgeving aan. Fel licht, harde geluiden of drukte maken onrust vaak erger. Een rustige plek helpt.

●    Ken de levensgeschiedenis. Wat deed iemand vroeger? Waar wordt hij blij van? Waar onrustig van? Die kennis helpt je om goed te reageren.

Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zegt: probeer onrust eerst te voorkomen zonder medicijnen. Schrijf op wat werkt in het zorgplan. Dan kan je collega er ook mee verder.

Als medicijnen toch nodig zijn

Soms is gewone hulp niet genoeg. Dan overweegt de arts medicijnen tegen onrust. Ook dan blijft het team alert. Verzorgende, arts en psycholoog bespreken minstens twee keer per jaar: kan de medicatie weer minder of stoppen? Medicijnen zijn dus nooit voor altijd. Het is een tijdelijke hulp, naast de andere zorg.

Dit kun jij morgen al doen

1.    Let op het patroon. Schrijf op wanneer de onrust komt. Vaak zie je een terugkerend moment.

2.    Blijf rustig. Tegenspreken of haast maakt onrust zelden minder.

3.    Praat met de familie. Zij weten vaak wat vroeger hielp.

4.    Deel het met je team. Zo gaat kennis niet verloren bij een dienstwisseling.

HappyNurse houdt je op de hoogte

Onrust bij dementie is een onderwerp waar richtlijnen en inzichten blijven veranderen. HappyNurse volgt deze ontwikkelingen in het vakgebied en deelt ze met je, zodat jij up-to-date blijft in je werk. 

Bronnen:

●    Verenso, Richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie, 2025-07, richtlijnendatabase.nl/Verenso (via verenso.nl/assets/richtlijnen)

●    Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Omgaan met mensen met dementie, 2025-10, igj.nl/zorgsectoren/verpleeghuiszorg/dementie

●    SKILZ, Probleemgedrag bij mensen met dementie (herziening), 2026-03, skilz.nu/skilz-richtlijnen/probleemgedrag-bij-mensen-met-dementie